… Megen

Megen is een stad in de gemeente Oss (Noord-Brabant) met ongeveer 1.700 inwoners. Het is een historische plaats die lange tijd de facto een zelfstandig graafschap was. Het heeft uit die tijd twee kloosters (franciscanen en clarissen), de Gevangentoren en een middeleeuws stratenpatroon behouden.

De naam ‘Megen’ is waarschijnlijk afgeleid van het Romaanse “Magus”, wat veld, plaats of stad betekent. Het zou echter ook van het Keltische “Magos” kunnen komen, wat ‘doorwaadbare plaats’ betekent.

Vanaf 2000 v. Chr. is het gebied rond de Maas bewoond geweest. De Kelten (geen Germanen) vestigden zich op de zandkoppen en oeverwallen, in de buurt van de vruchtbare rivierklei. Ook de Romeinen hebben een tijdje in Megen en omliggende streken vertoefd. Megen was de ‘hoofdstad’ van het graafschap Megen en werd als Meginum voor het eerst genoemd in 721. Het stadje lag op een landtong die aan drie zijden door de meanderende Maas werd omgeven. Het graafschap zelf werd pas in 1145 voor het eerst genoemd, maar bestond vermoedelijk al langer. Het begon zelfstandig, maar werd later leenhorig aan de hertog van Brabant. Bij het graafschap hoorden ook Haren, Macharen en Teeffelen. Megen kreeg in 1357 stadsrechten.

Als Brabants graafschap werd het omstreeks 1300 onderdeel van de twisten met de hertog van Gelre, die het opeiste, maar na een nederlaag daarvan afzag. Na de Vrede van Münster bleek het graafschap te zijn vergeten. Het werd zelfstandig en bleef dat tot 1795, toen het Frans werd. Op 5 januari 1800 werd het door Frankrijk bij het verdrag van Parijs verkocht aan de Bataafse Republiek; pas toen werd Megen weer onderdeel van Brabant en Nederland. In 1814 ging het met de rest van Nederland op in het Koninkrijk der Nederlanden.

Tot 1994 was het een zelfstandige gemeente (Megen c.a.; cum annexis – ‘wat erbij hoort’ – Haren en Macharen, dus). Sinds de annexatie door de gemeente Oss in 1994 is er een dorpsraad die zich actief voor de drie kernen Megen, Haren en Macharen inzet.

Naast de kapel van br. Everardus, zijn de Kapel van O.L.V. van Zeven Weeën, de neogotische Sint-Servatiuskerk, de ronde stenen stellingmolen Désiré (1865), de Gevangenpoort (overblijfsel van de 14e-eeuwse versterkingen), het Minderbroedersklooster (1645), het Clarissenklooster Sint-Josephsberg (1723), het standbeeld van graaf Karel van Brimeu (1524-1572) en het standbeeld van dr. Baptist bezienswaardigheden.

Vrij naar: wikipedia